Werkwijze

Een opstelling begint altijd met een voorgesprek waarin de cliënt zijn of haar vraag inbrengt en de opsteller probeert met het stellen van vragen, en door zich af te stemmen op het systeem van de cliënt, zich een beeld te vormen van de onderliggende patronen en dynamieken.
Hoe duidelijker (of 'dringender') de vraag, des te doelgerichter en krachtiger vaak de opstelling is. Soms is een vraag meteen al helemaal duidelijk en soms is het nodig dat de opsteller de cliënt helpt de vraag goed geformuleerd te krijgen.
Vervolgens bepaalt de opsteller welke personen/elementen (vader, moeder, broer enz.) er opgesteld gaan worden en zet deze neer in de ruimte, al dan niet met medewerking van de cliënt.

Wanneer de representanten gekozen zijn begint het opstellingswerk. Deze representanten worden naar het innerlijk beeld van de cliënt (of door de begeleider) in een ruimte neergezet. Er staan bijvoorbeeld vijf representanten opgesteld: de vader, de moeder, de oudste zoon, het overleden zusje en 'de oorlog' (ook abstracte zaken kunnen opgesteld worden).
De wijze waarop deze representanten staan opgesteld ten opzichte van elkaar en hoe ze in de ruimte staan geeft al heel veel informatie, maar het meest bijzondere (en onverklaarbare) is dat de representanten in staat blijken te zijn om lichamelijk en emotioneel heel zuiver te kunnen voelen wat zich afspeelt in de personen die ze representeren.
Het blijkt dat ze toegang hebben tot de diepere en vaak onbewuste lagen van het familiesysteem waarin ze staan opgesteld en waarvoor ze zich opengesteld hebben. En ondanks dat we niet weten hóe dit bijzondere fenomeen werkt, kunnen we de werking wel heel goed toepassen.
De begeleider kan nu aan de hand van zijn waarnemingen en de informatie die hij van de representanten en de cliënt krijgt onderzoeken wat er in de diepte in het systeem speelt. Hij kan aan de opstelling elementen toevoegen of er juist uithalen, posities van de representanten veranderen, ze bepaalde zinnen laten uitspreken en misschien een klein ritueel toepassen. 
Het doel is in feite om weer beweging proberen te krijgen in een vastgelopen situatie. 
Soms volgt er nog een nabespreking met de cliënt waarin eventuele onduidelijkheden misschien nog verhelderd kunnen worden en, indien nodig, kunnen de representanten nog extra informatie geven vanuit hun rol.